Al het nieuws

HET CORONAVIRUS. OVERMACHT?

26/03/2020

Kan het Coronavirus ingeroepen worden om een contract niet na te leven of op te schorten? Juridisch heeft dit te maken met het begrip ‘overmacht’.

Om deze vraag te beantwoorden moet er in eerste instantie gekeken worden naar het contract zelf. Het is mogelijk dat er in het contract een overmachtsclausule (bijvoorbeeld een hardship clause) is opgenomen die voorziet in welke gevallen overmacht kan worden ingeroepen en wat de gevolgen daarvan zijn.

Indien het contract zulks niet voorziet, dan moet men terugvallen op de wettelijke regels inzake overmacht. Volgens deze regels moeten er bepaalde voorwaarden vervuld zijn opdat overmacht kan worden ingeroepen.

De voorwaarden van overmacht zijn:

  • ontoerekenbaarheid;
  • onvoorzienbaarheid;
  • (volstrekte) onmogelijkheid van nakoming.

Ontoerekenbaarheid

Deze voorwaarde houdt in dat de reden waarom een partij het contract niet langer kan uitvoeren niet veroorzaakt mag zijn door die partij zelf of door een persoon waarvoor deze partij instaat.

Om te kunnen bepalen of er bij het Coronavirus sprake is van ontoerekenbaarheid, moet er een onderscheid worden gemaakt tussen de algemene oorzaak van het niet kunnen uitvoeren van het contract en de directe oorzaak ervan. Er mag immers enkel naar de directe oorzaak worden gekeken om te bepalen of er al dan niet sprake is van ontoerekenbaarheid.

De algemene oorzaak is het Coronavirus zelf.

Het Coronavirus heeft op haar beurt een aantal gevolgen: mensen die ziek worden ten gevolge van het virus en hierdoor niet kunnen of mogen gaan werken, veiligheidsmaatregelen die door de overheid worden opgelegd en die bepaalde beperkingen impliceren, een heersende angst dat mensen en bedrijven aanzet tot het nemen van preventieve maatregelen etc. Dit zijn voorbeelden van directe oorzaken en kunnen dus eventueel aanleiding geven tot ontoerekenbaarheid.

Onvoorzienbaarheid

Deze voorwaarde betekent dat de reden waarom een partij het contract niet langer kan uitvoeren niet kon worden voorzien bij het afsluiten van het contract, maar ook dat deze partij deze reden niet heeft kunnen voorkomen en niet moest kunnen voorkomen.

Toegepast op het Coronavirus zou men op het eerste gezicht stellen dat dit onvoorzienbaar was, aangezien ‘niemand dit had kunnen zien aankomen’. Toch moet dit genuanceerd worden. Veel zal immers afhangen van het tijdstip waarop het contract werd afgesloten.

Werd het contract afgesloten voor dat het Coronavirus in Europa voet aan wal zette, dan lijkt de onvoorzienbaarheid bij het afsluiten van het contract vrij aanvaardbaar. Anders is het van zodra de uitbraak van het virus in Europa bevestigd werd. Vanaf dan lijkt de onvoorzienbaarheid minder aanvaardbaar.

Onmogelijkheid van nakoming

De (volstrekte) onmogelijkheid van nakoming is de laatste voorwaarde die vervuld moet zijn opdat er sprake kan zijn van overmacht. Vandaag de dag betekent dit dat de nakoming van het contract vanuit een menselijk oogpunt onmogelijk is.

Of er in tijden van Corona sprake is van een (volstrekte) onmogelijkheid van nakoming, zal veel te maken hebben met in hoeverre er voor alternatieven gezorgd kan worden waardoor het contract wel kan worden uitgevoerd en of dit nog nuttig is.

De rol van de overheid hierbij mag niet onderschat worden. Veel bedrijven zullen immers geconfronteerd worden met ‘le fait du Prince’, een beslissing van de overheid (lees: veiligheidsmaatregelen) waardoor zij in de (materiële of juridische) onmogelijkheid zijn om het contract uit te voeren en zelfs geen alternatieven kunnen of mogen aanwenden.

Gevolgen

Als alle voorwaarden van overmacht vervuld zijn, dan heeft dit bepaalde gevolgen. Deze gevolgen zullen verschillen naargelang de reden waarom het contract onmogelijk kan worden uitgevoerd blijvend dan wel tijdelijk is en het contract eenzijdig of wederkerig is.

Het lijkt vrij aanvaardbaar aan te nemen dat het Coronavirus en de gevolgen ervan voor onze maatschappij voor de niet-uitvoering van contracten een tijdelijke reden is. Bijgevolg wordt de uitvoering van het contract geschorst, ongeacht of het om een eenzijdig of een wederkerig contract gaat. Van zodra de overmachtssituatie voorbij is, zal het contract verder moeten worden uitgevoerd.

Het is echter niet ondenkbaar dat het virus en de gevolgen ervan de verdere uitvoering van een contract nutteloos maken. In dat geval is de partij die zich beroept op overmacht definitief bevrijd van de uitvoering van het contract. Althans bij een eenzijdig contract. Bij een wederkerig contract is er nog een andere partij die ook gehouden is tot het leveren van een prestatie. In dat geval lijkt het aanvaardbaar dat ook deze partij zich op overmacht kan beroepen om zich van zijn prestatie te bevrijden.

Besluit

Men kan dus niet simpelweg zeggen dat het Coronavirus en de gevolgen ervan een overmachtssituatie uitmaakt. Dit is afhankelijk van de concrete omstandigheden (Is de oorzaak al dan niet een veiligheidsmaatregel? Op welk ogenblik werd het contract gesloten? Kunnen er alternatieven geboden worden? Is de naleving van het contract nog nuttig? etc.) en of er in die concrete omstandigheden voldaan is aan de voorwaarden van overmacht.

Indien wordt vastgesteld dat de voorwaarden van overmacht zijn vervuld, dan nog wil dit niet zeggen dat hierdoor het contract definitief beëindigd is. Het kan immers zijn dat het contract tijdelijk wordt opgeschort.

Indien u zich afvraagt of u zich omwille van het Coronavirus kan beroepen op overmacht, u geconfronteerd wordt met een partij die zich ten opzichte van u omwille van het Coronavirus beroept op overmacht of u enige andere vraag heeft omtrent dit onderwerp of de gevolgen ervan, aarzel dan niet om contact op te nemen met ons kantoor via het telefoonnummer 03/238.54.22 of via het e-mailadres steven.decoster@lawcity.be of steven.maris@lawcity.be.